Van oudsher was het een eetfestijn, omdat het de laatste mogelijkheid was zich te
buiten te gaan voor de 40 dagen vasten, waarin men zich beperkte tot het minimaal
noodzakelijke. Op vette dinsdag (voor de vasten) werd al het vet wat er in huis was
opgemaakt omdat het anders zou bederven. De vasten is ter herdenking van de 40 dagen
die Jezus volgens het Nieuwe testament in de woestijn vastte en tevens ook tot bezinning
op de christelijke kernwaarden. Waarschijnlijk bestond het feest al langer dan de
christelijke traditie, en heeft de kerk het gemakkelijker gevonden het heidense carnaval
in een katholieke traditie om te zetten dan het uit te bannen. Dit was overigens
ook met andere voor-christelijke feesten gebeurd zoals Kerstmis dat oorspronkelijk
een ‘heidens’ midwinterfeest was. In die betekenis wordt de term afgeleid van het
Latijn: carne vale (= vaarwel aan het vlees). Een andere mogelijke verklaring voor
de term is het eveneens Latijnse carrus navalis: scheepswagen, hetgeen zou verwijzen
naar rondtrekkende groepen in een als een schip ogende wagen of kar, het zogenaamde
Narrenschip, maar ook kan slaan op het schip waarmee de god van de zee der Kelten/Germanen
uit het noorden kwam om deel te nemen aan de winterfeesten. De Romeinen vierden het
feest van de Saturnalia dat veel kenmerken van het hedendaagse carnaval had zoals
drink en eetgelagen, een soort prins carnaval, vermommingen en optochten door de
straten. Het 'heidense' carnaval werd in heel Europa gevierd. Bijvoorbeeld in Rusland
is dit feest bekend onder de naam maslenitsa (vrij vertaald: boterfeest). Antropologisch
gezien is het carnaval een omkeringsritueel, waarin maatschappelijke rollen worden
omgedraaid en normen omtrent gewenst gedrag worden opgeschort.